BigDay vrijdag 8 mei 2026
Ook dit jaar waren er plannen om een BigDay te organiseren in de gemeente Barneveld. In de agenda paste het alleen op vrijdag 8 mei. Dat kwam mooi uit want dat is vroeg genoeg voor voorjaarstrek en niet te laat om eventuele wintergasten te vinden. Tot zover de theorie. Ook al zijn er binnen de ‘harde kern’ enthousiaste geluiden over de BigDay, toch zijn er net als vorig jaar maar twee mensen die het gaan doen: Ina en ik.
Omdat André twee verjaardagen heeft is besloten om rond 1 uur ’s nachts te beginnen en rond 19.00 uur te stoppen. In plaats van 24 uur is het dus ‘maar’ 18 uur. Omdat we geen avond hebben en alleen een nacht besluiten we om de route om te gooien. We beginnen bij het Kootwijkse Veld en gaan tegengesteld via Kootwijkerbroek en Voorthuizen naar Zwartebroek om met aanbreken van de dag te starten in het Paradijs. Het begint goed want de nachtzwaluw is na een paar minuten al duidelijk te horen. Ook horen we even later boomleeuwerik zingen. Die zingt wel vaker ’s nachts.
- nachtzwaluw
- boomleeuwerik
We hebben een plek waar jonge kerkuilen in een kast zitten, we posten hier geruime tijd, scannen met warmtebeeldkijkers de omgeving af, maar het is stil, heel stil. Na een tijdje besluiten we het op te geven. We horen wel kievit en richting Barneveld ook steenuil.
- kievit
- steenuil
Langs de Harselaar stroomt de Esvelderbeek, hopelijk zijn hier wat nachtelijke rietvogels te horen. Als we er langs lopen zien we in de nachtkijker al wel grauwe ganzen met pullen. Even later horen we de explosieve zang van Cetti’s zanger! Heel prettig. Is steeds vaker in de gemeente aanwezig, maar toch heel welkom, zeker als het verder overal stil is en blijft. We stuiten nog op een slaapplek van spreeuwen en even later horen we kleine karekiet.
- ooievaar
- grauwe gans
- cetti’s zanger
- spreeuw
- kleine karekiet
Op het plasje bij de Wolfskamer is deze week een lepelaar gezien, wellicht dat we deze rustend in de warmtebeeldkijker kunnen vinden. Ook hier hopen we rietvogels te horen. Het is ook hier stil en we kunnen alleen een meerkoet bijschrijven.
- meerkoet
Onderweg naar een plek voor ransuilen horen we plotseling de roep van een pimpelmees. Een heel bizar geluid midden in de nacht. Dit soort onverwachte geluiden maakt het nachtelijk vogelen altijd bijzonder en spannend. Even later zien we een das langs de kant van de weg. Da’s geen vogel, maar toch heel vet.
- pimpelmees
Ondertussen gaat de tijd door en we stoppen tig keer voor plekjes voor ransuil of bosuil, maar beide soorten willen niet meewerken. Hoe makkelijk bosuil anders is, (we hebben ‘m vaak als een van de eerste soorten), zo lastig is het nu. Het is windstil en niet verschrikkelijk koud, maar ze hebben vast een goede reden om niet te roepen… Feit is wel dat we om 4.15 nog met lege handen staan qua ransuil en bosuil. In Terschuur horen we scholekster, tuinfluiter en zwarte kraai en even later al roodborst, een teken dat de nacht echt op z’n eind loopt.
- scholekster
- tuinfluiter
- roodborst
- zwarte kraai
We zijn bij Klein Bylaer aangekomen en de ochtendzang barst nu echt los, binnen een kwartier zingen overal roodborsten en merels, niet veel later ook zanglijster. Een beetje tegen beter weten in proberen we nog een plek voor kerkuil, maar hier ook geen activiteit. Wel horen we hier in de buurt een grauwe vliegenvanger zingen. Voor ons de eerste van het jaar. Om 5 uur volgen de soorten iets sneller op. Fijn om het tempo wat op te voeren en wat meer licht te krijgen.
- merel
- zanglijster
- grauwe vliegenvanger
- wilde eend
- winterkoning
- kuifeend
- boompieper
- fitis
- tjiftjaf
- zwartkop
- koolmees
- houtduif
- witte kwikstaart
- waterhoen
Rond de plasjes van Klein Bylaer hopen we op rietgors, maar die roept en zingt niet. Balen, het is maar de vraag of die op andere plekken makkelijk is. We horen wel gelijktijdig met een boompieper een graspieper zingen, die hadden we vorig jaar niet. Het is de bedoeling dat we wat meer tijd geven aan het Paradijs, zodat we zowel het noordelijke als het zuidelijke deel lopen. Hier zijn veel soorten te halen, het is ook de bedoeling dat we hier alle spechtensoorten (op draaihals na) waarnemen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, vorig jaar hadden we zelfs groene specht de hele BigDay niet…
- graspieper
- boomkruiper
- appelvink
- vink
- grote bonte specht
- bonte vliegenvanger
- buizerd
- heggenmus
- boomklever
- vuurgoudhaan
We posten in de buurt bij wat holen van zwarte specht, maar deze laat zich niet zien of horen. Op zoek naar de middelste bonte specht ziet André een oudervogel een spechtenhol in vliegen. We wachten een tijdje en zien ‘m gelukkig even later z’n kopje uit het hol steken en weer vertrekken. Dat is lekker. Gelukkig komt het even later met de zwarte specht ook goed als hij geluidloos overvliegt. Onderweg naar de auto laat hij z’n pruu-roep ook nog horen, ze kunnen dus wel geluid maken.
- middelste bonte specht
- holenduif
- zwarte mees
- raaf
- blauwe reiger
- gaai
- huismus
- putter
- staartmees
- zwarte specht
- groenling
We vertrekken richting de Juliusput. Een mooie plas waar in aanloop naar de BigDay nog veel slobeenden en wintertalingen te zien waren… Nu niet. Uiteraard niet; dat is bijna altijd zo. Als het moet gebeuren is het toch lastig om ‘wintergasten’ te scoren. Het is overigens nog geen enkele editie gelukt om genoemde eenden te zien. Wel kuifeend. Er moet nog veel gebeuren, dat is duidelijk.
- fuut
- knobbelzwaan
De roep van een ijsvogel is plotseling te horen en even later scheren twee ijsvogels vrij dichtbij voor ons langs. Erg fraai blijft dat toch. Als we de plas een paar keer afscannen komt er plotseling een visdief in beeld, heel welkom! Altijd schaars in Barneveld. We hadden er rekening mee gehouden om ‘m te zien, maar dan wel op Zeumeren. Later zal blijken dat hij daar niet te zien is, dus mazzel dat hij bij de Juliusput bijgeschreven kan worden.
- visdief
- krakeend
- aalscholver
- boerenzwaluw
- ijsvogel
Vanaf de Juliusput gaan we weer richting Barneveld, via de Dronkelaarseweg naar de ‘Waterberging Harsselaar’ en ‘De Peut’. We scoren onderweg nog de verwachte grasmus en ook roek en turkse tortel.
- grasmus
- roek
- turkse tortel
Onderweg bij de wijk Bloemendal horen we nog ringmus vanuit de auto. Aangekomen bij de plasjes zien we gierzwaluw en huiszwaluw. Het tweede plasje is niet erg geschikt meer voor ruiters helaas, de vorige keer hadden we hier bosruiter. We horen plotseling wel een spotvogel achter ons in de struiken, heel fijn! Even later vliegt een adulte kokmeeuw over, niet makkelijk in mei, altijd prettig om te zien. Van de 10 BigDays hadden we ‘m vijf keer niet en vijf keer wel.
- ringmus
- kauw
- gierzwaluw
- huiszwaluw
- kleine mantelmeeuw
- spotvogel
- kokmeeuw
- ekster
Het gebiedje De Peut leverde dit keer geen nieuwe soorten op. Op dus naar het volgende gebiedje met water: Binnenveld/Wolfskamer. Onderweg op het bedrijventerrein van de Harselaar goed oplettend of we zwarte roodstaart horen of zien. Dat is niet het geval. Vol spanning lopen we door naar het achterste gedeelte van de Wolfskamer, we hebben hier eens een zomertaling gehad. Het is geschikt voor steltlopers, en hier is dus een lepelaar gezien deze week. Maar niets van dit alles. Wel een oeverloper, even later zelfs vier in totaal.
- oeverloper
Helaas levert dit gebied minder op dan gehoopt, maar wel ongeveer evenveel als verwacht. Er zitten zelden leuke steltlopers helaas, dat is in Barneveld erg karig. We rijden vervolgens door naar de Wencopperweg, de plek waar we vanmorgen de cetti’s zanger hoorden. Deze horen we nu weer en we zien ook twee overvliegende sperwers. Als we het land afscannen waar een paar kieviten zitten, zien we waar we op hopen: kleine plevier. Twee zelfs. Als we langs de Esvelderbeek verder lopen vliegt plotseling een lepelaar op. Dat is tref! Echt een meevaller. We zien ook een raaf overvliegen.
- sperwer
- kleine plevier
- lepelaar
Bij de Barneveldse vuilnisbelt hopen we op nog meer leuke meeuwen. Toch blijft het ook hier bij kleine mantelmeeuwen. Wel horen we een zwarte roodstaart.
- zwarte roodstaart
Door naar Zeumeren, dat moet haast nieuwe soorten opleveren. Welke is van tevoren lastig in te schatten, we hopen op de krooneenden. De visdief is niet meer nodig omdat we deze bij de Juliusput al hebben gezien. We zien bij aankomst al vrij snel wat oeverzwaluwen vliegen, dat is mooi. Verder veel futen, meerkoeten en kuifeenden aanwezig. We zien ook hier oeverloper en er zingen kleine karekieten. Geen rietzangers in de gemeente, die zijn altijd lastig en daar rekenen we ook zeker niet op. Er zit wel een zilvermeeuw op een boei. Dat is namelijk ook niet vanzelfsprekend. Kleine mantels genoeg, maar vorig jaar hadden we bijvoorbeeld geen zilvermeeuw op de BigDay. We scannen de plas verder af, maar geen krooneenden. Na verder onderzoek blijken de krooneenden op het strand te zitten. Yes, binnen! Voor ons horen we een kleine karekiet, maar ook een imitator die onder andere merel en nog wat andere vogels nadoet. Hij heeft wat opstartproblemen en het klinkt niet heel overtuigend, zeker als het steeds afgewisseld wordt met kleine karekiet. Gelukkig gaat hij even later toch wat nadrukkelijker zingen en is het duidelijk dat het om een bosrietzanger gaat.
- oeverzwaluw
- zilvermeeuw
- krooneend
- bosrietzanger
Vanaf Zeumeren gaan we naar het Kootwijkse Veld. Hier kunnen we zonder al te veel moeite kuifmees en fluiter bijschrijven. Hier hebben we weleens meer moeite voor gedaan! We hadden deze dag nog steeds geen dodaars, maar hier horen we er een roepen. Er trekt ook een gele kwikstaart door en ook de koekoek stelt niet teleur.
- kuifmees
- fluiter
- veldleeuwerik
- dodaars
- gekraagde roodstaart
- roodborsttapuit
- gele kwikstaart
- kneu
- koekoek
We speuren de hele dag al de lucht af, maar het trekt voor geen meter. Echt bizar hoe leeg de lucht is. Heel af en toe een lokale buizerd of wat kleine mantelmeeuwen, maar niet de gehoopte wouwen of kieken. We ploeteren voort, het begint warmer te worden. We zien hier ook nog een mooie hazelworm. De koffieverslaving van André begint z’n tol te eisen en we besluiten even te pauzeren om op krachten te komen. We gaan hierna door naar de andere kant van het Kootwijkse veld. Wat roodborsttapuiten laten zich horen en zien, maar geen tapuiten of paapjes. Als we de jeneverbessen afscannen zien we op grote afstand en met enorme warmtetrilling vrij zeker een grauwe klauwier. Als we dichterbij komen is de vogel gevlogen, dat is pech hebben. De kapvlakte wordt een paar keer minutieus afgezocht. Als we het bijna opgegeven hebben zien we toch een mooi mannetje tapuit, hoppa! Het feest wordt nog groter als we even later een mannetje grauwe klauwier op een andere jeneverbes vinden!
- tapuit
- grauwe klauwier
Het Kootwijkerzand is de volgende locatie, maar we rijden eerst langzaam over de Heetweg, de oren gespitst voor matkop of glanskop. En ja hoor, een paar stops later horen we de zang van een matkop. Een andere stop waar we eerder edities matkop, glanskop, goudhaan en vuurgoudhaan hadden levert nu een goudhaan op.
- matkop
- goudhaan
Op het Kootwijkerzand ploeteren we door het mulle zand naar de plek waar we andere keren geelgors hebben gehoord. De geelgors gaat in onze omgeving achteruit en hij is op het Kootwijkse Veld al jaren lastig. Gelukkig horen we ‘m nu vrij snel zingen. Fijn dat dit zo efficiënt kan, het is toch wel vermoeiend met aardig wat uurtjes en kilometers in de benen. Als we langzaam terugrijden horen we vanuit de auto ook een groene specht roepen! Dat was toch een beetje een trauma-soort van vorig jaar.
- geelgors
- groene specht
Hierna gaan we naar Loofles. Dit begint goed met een grote lijster die even voor ons op het pad komt zitten en vervolgens weer wegvliegt. Op Loofles zelf zitten geen nieuwe soorten. Wel horen we achter ons een goudvink en ook hier weer een fluiter.
- grote lijster
- goudvink
Omdat we vannacht geen bosuil hebben gehoord gaan we takkelingen proberen te vinden in het Schaffelaarse bos. We kunnen dan meteen ‘op zoek’ naar de slechtvalk. Dit is gelukkig zo makkelijk als dat we het ons hadden voorgesteld. Vanuit een rijdende auto zien we al een bobbeltje zitten op het Agruniek-gebouw. Later blijkt dat André vergeten is de slechtvalk in te voeren, waardoor de score 1 hoger uitvalt dan gedacht.
- slechtvalk
De takkelingen laten zich niet vinden. We horen een hard whheccch! Huh, lijkt wel wielewaal? Een stukje verder lopen, en nog een keer de roep, even later ook zang. Fantastisch! We staan helemaal te springen. Veel leuker dan bosuil. Wat een verrassing. En natuurlijk een nieuwe BigDay-soort.
- wielewaal
We rijden nog een keer naar het Binnenveld. Je weet nooit of er toch nog wat neergestreken is. Dat blijkt inderdaad het geval te zijn. Er zitten twee bergeenden op de zandplaat. Wat lekker! Een groene specht laat zich nog horen, maar die hadden we gelukkig al. Ook vliegt er een torenvalk met prooi over. Die waren we al geducht overal aan het zoeken.
- bergeend
- torenvalk
Het plan is om nog twee plekken te doen, Rootselaar voor braamsluiper en de Briellaerdseweg voor een uitgestorven grutto of tureluur. Helaas mag beide niet lukken en we besluiten af te ronden. Het was weer een geweldige dag en zijn tevreden met de score, ondanks wat tegenvallers.
De leuke soorten waren uiteraard wielewaal en grauwe klauwier. De dippers zijn onder andere bosuil, kerkuil, tureluur, glanskop, kleine bonte specht en havik.














































































































































